loading
sluit

Resultaat

Ongeldige of geen emailadres ingevoerd.
Er trad een databasefout op.
Het emailadres is al bekend in ons systeem.
Het emailadres is niet bekend in ons systeem.
De aanvraag kon niet worden verwerkt,
probeer het opnieuw.
Your session has timed out,
please try again.
A system error has occured, please try again next week,
The webmaster is informed.
Can't view the online version of your email.
please try again.
Uw aanmelding wordt verwerkt.
U ontvangt een e-mail om de aanvraag te bevestigen.
Uw email is verstuurd
Uw afmelding wordt verwerkt.
U ontvangt een e-mail om de afmelding te bevestigen.
Uw afmelding is gelukt.
U krijgt voortaan de nieuwsbrief niet meer toegestuurd.
Uw bevestiging is gelukt.
U krijgt voortaan de nieuwsbrief toegestuurd.
Je bericht is geplaatst.
Pleegzorg Rupea
Choose a language NL RO EN
"Een nieuwe start"

"Het begin van een gewoon schooljaar, met bloemen, blijdschap, maar ook met tranen van de kinderen die zich niet kunnen losmaken van de hand van hun moeder. Ik begon weer met klas 1, maar na zoveel jaren ervaring was ik hier niet bang voor. Ik wist dat alles goed zou gaan. 

In de klas wachten 23 kinderen tussen de 6-7 jaar mij op. Elk met hun eigen vraag, met hoop of met angst voor een nieuw begin… Ik nam ze in één oogopslag op en na mijn eerste woorden van welkom, werd ik onderbroken door een jongetje met zwarte ogen en vuurrode wangen. Hij sprong van zijn bank, luid schreeuwend: "Dat u maar weet dat ik het allerstoutste kind ben!!!!".

Een moment wist ik niet wat te zeggen. Zijn schreeuw bleef diep in mijn gedachten hangen. Ik bleef naar hem kijken, niet gelovend dat het echt zo gebeurde. Maar het was zo waar als het maar kon!! Hij bleef springen, sloeg met zijn vuistjes op de bank, terwijl hij binnensmonds geluiden voortbracht, die waarschijnlijk een lach voorstelden.

Ik kwam naar hem toe, terwijl ik mijn hand stevig op zijn tengere schouders drukte en ik vroeg hem: "Hoe heet je?" Hij antwoordde: "Emanueeel!!!!!". Ik vroeg hem: "En zeg je dat je het allerstoutste kind bent?". Hij antwoordde: "Ja!" en begon weer binnensmonds te lachen, mij strak aankijkend met een uitdagende blik. "Nou, dan heb je een probleem: Je moet weten dat ik de allerstrengste juffrouw ben! Ik vraag je naar je plaats te gaan en misschien kan ik je vergeven voor wat je hebt gedaan". Hij kon het eerst niet geloven, maar toen hij mijn blik zag, begreep hij dat het geen grap was. Stilletjes gleed hij terug in zijn bank en probeerde te glimlachen…

Na een poosje observeerde ik hoe hij met zijn hoofd op de bank lag, met zijn duim in zijn mond en zijn blik op oneindig. Maar het was hem gelukt om mijn aandacht te trekken…

Emanuel was een van de vijf kinderen uit het lokale kindertehuis, die ik in mijn klas had. Er waren drie jongens: Emanuel, Cristi en Bogdan. Bogdan kwam uit een gezin uit de stad en had sluwe blauwgroene oogjes, die je meteen in vertwijfeling brengen. Cristi, met een zwak ontwikkeld intelligentievermogen, miste nooit een gelegenheid om in mijn armen te springen. Ema, een klein en tenger meisje, had altijd een glimlach om haar mond. Zij ging in de vakanties altijd naar Ierland en keerde dan als een ander kind terug…maar niet voor lang. Monica, die een beetje verwend is door haar grotere zus, ging naar haar familie zovaak als dat mogelijkheid was.

Alleen van Emanuel wist ik niet erg veel. Hij kwam naar school met een oude, vieze en kapotte trainingsbroek, regelmatig met jam op z’n gezicht, met grote, zwarte nagels. En zijn houding was nogal onvoorspelbaar: óf hij negeerde me met zijn hoofd liggend op de bank, met zijn duim in zijn mond en zijn blik op oneindig, óf hij was erg opgewonden. Hij schreeuwde op onverwachte ogenblikken, sloeg met zijn vuistjes op de bank, verscheurde schriften van andere kinderen, hij beet anderen of spuugde op ze. Het lukte me om hem stil te krijgen door een strenge blik of alleen al het verhogen van mijn stem. Ik praatte veel met hem, terwijl de rest van de klas commentaar leverde op zijn gedrag. Wat me het meest zorgen baarde was het feit dat hij, terwijl ik op het bord schreef en met mijn rug naar de klas toe stond, naar buiten vluchtte. Hij sloeg dan op de deuren van de andere klassen en brulde in de gang ongeveer als Tarzan. Ik was bang dat hij midden op de drukke straat zou belanden.

Het was al het begin van oktober en ik was doodop. Op een gegeven ogenblik gaf ik de kinderen aan het eind van de les kleurwerk op. Ik vroeg hen om stil te zijn, omdat ik nog iets moest oplossen. De kinderen waren opgetogen, maar Emanuel leek het niet eens te zijn met de rest van de klas. Hij draaide zich om in zijn bank en met een uitdagende blik schudde hij zijn hoofd als een volwassen man. Hij vroeg: "Wat, zijn jullie soms bang?". Zijn medeleerlingen keken hem lang aan, sommigen waren in lachen uitgebarsten, anderen stootten elkaar aan. Het lukte me om ze stil te krijgen, maar Emanuel bleef lachen en rare gezichten trekken. Ik moest snel een oplossing verzinnen…Ik liep naar hem toe, terwijl ik hem recht in zijn bank zette, en vroeg: "En jij, ben jij niet bang?". "Neeeee!!!!" Het antwoord kwam eruit met dezelfde geforceerde lach. "Je hoeft ook niet bang te zijn. Op school mag je met plezier komen. Als je bang bent betekent dit, dat je niet gehoorzaam bent en altijd straf verwacht. En dat is geen goede angst, geloof me! Maar ik denk dat je wel gehoorzaam kunt zijn, als je wilt. En wil je dat?". Hij keek me lang aan, liet een glimlach spelen om zijn mondhoeken en daarna antwoordde hij, alsof hij mij een gunst verleende: "Nou…als ik wil…kan ik het wel..". Er volgde een ogenblik van stilte, een ogenblik waarin onze blikken elkaar kruisten. Toen zag ik in zijn ogen iets wat zijn houding weersprak, een verdriet zonder einde… Hij ging zitten in zijn bank, keek de klas rond met een superieure houding, want hij onderhandelde met mij, nietwaar?!

Op die dag kwam ik erg moe thuis, bijna uitgeput, Ik sprak met niemand. Ik wilde alleen maar stilte. Ik sloot me op in een kamer en ik ging bidden. Ik voelde dat het iets nieuws was. Ik was bang dat ik niet goed met deze situatie zou kunnen omgaan. Ik nam de bijbel, mijn kostbaarste boek, het Woord van God, dat me al zo vaak raad had gegeven. En ik las “Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.” (Galaten 6:9,10). “God, maar wat moet ik dan in deze situatie doen?”. Stille tranen gleden over mijn wangen, want ik begreep de boodschap, maar wist nog niet hoe ik die moest toepassen.

Ik vertelde mijn man Petrica alles wat er op school was gebeurd, over wat ik in de bijbel had gelezen en wachtte op zijn bevestiging. Hij nam me in zijn armen en zei: "Ik denk dat je naar het kindertehuis moet gaan om hem op te zoeken en beter te leren kennen. Daarna..., laten we geduld hebben. Alles zal goed komen...

De dagen die volgden verschilden niet veel van de andere, alleen dat Emanuel stoute dingen in zijn houding veranderde. Maar het lukte me toch om zijn aandacht vast te houden en hem met de les te laten meedoen. En hij kon het, wat een bewijs was voor zijn intelligentie, ondanks dat zijn psycholoog me had verzekerd dat dit maar zozo was.

In klas 1 kregen we ‘Gezondheidsonderwijs’ en ‘Religie’ van vakleerkrachten. Op een dag, tijdens het lesuur ‘Gezondheidsonderwijs’, keerde ik terug naar de klas omdat ik wat vergeten was. Het maakt even niet uit wat, maar wat er wel toe deed, was dat ik het geschreeuw van een man hoorde, terwijl ik bij de deur stond. Het was Emanuel gelukt om de leerkracht razend te krijgen. De leraar brulde:  "Stommerd! Is het al niet voldoende dat de staat geld in je investeert? Moet zij nu ook nog voor je crisissen opdraaien? Tot wanneer denk je dat iemand jou kan supporten?". Ik verstijfde met mijn hand op de deurklink. Mijn hart werd klein, het leek alsof hij tegen mij schreeuwde. Ik dacht eraan om weg te gaan, maar ik bedacht me. De schreeuw van Emanuel "Sla me niet meer!!!!" deed me echter naar binnen gaan. Op het moment dat ik naar binnen ging, had ik het gevoel dat ik in een nachtmerrie terechtkwam. De leerkracht trok Emanuel uit zijn bank en sloeg hem waar hij hem maar kon raken. De andere kinderen zaten er sprakeloos bij. Niemand bewoog zich, het leek wel of de tijd stil stond…Alleen bleef de leraar doorgaan het kind zodanig te slaan, dat het zelfs niet meer kon schreeuwen…Uiteindelijk realiseerde de leraar zich, dat ik in de klas stond en hield hij op met slaan. Hij zei tegen mij: "Je moet hem leren om gehoorzaam te zijn, want door hem kan ik geen les geven!!!". Ik was witheet van woede, zo erg dat ik niets zei. Ik nam Emanuel bij zijn hand en bracht hem terug naar zijn bank, ging de klas uit en vergat helemaal waarvoor ik was teruggegaan. Ik barste in huilen uit. Hierna hoorde ik niets meer. Niet eens het gehuil van Emanuel… “Heer, geeft U mij een oplossing, want zo kan dit niet doorgaan…”.

Onderweg naar huis kwam ik mijn zoon Marian tegen, die juist van de middelbare school kwam. Hij zat in zijn laatste jaar. Uit gewoonte glimlachte ik, maar nu bestierf die glimlach. "He mam, wat is er gebeurd?! Waarom huil je?". Ik vertelde hem alles. Hij luisterde, licht fronsend met z’n wenkbrouwen en toen ik uitverteld was, pakte hij me bij mijn schouders: "Ik raad je aan nu naar het kindertehuis te gaan en daar te zeggen dat je hem bij ons in huis wilt nemen!!!" "Maar vind je het goed?", vroeg ik verbaasd". "Waarom niet?", antwoordde hij. "Weet je dat ik altijd al heb gewild dat we een kind in huis zouden nemen om voor te zorgen. En nu is er de gelegenheid voor.

Op die dag ben ik naar het kindertehuis gegaan en heb ik met de sociaal assistente gesproken. Ik heb mijn verlangen onder woorden gebracht om Emanuel in de weekenden en zo mogelijk in de vakanties bij ons in huis te nemen. Ze reageerde gechoqueerd en keek mij met zulke verbaasde ogen aan, dat ik instinctief mijn hoofd omdraaide om te zien of er iemand achter mij stond. Maar er was niemand. "U  beseft welk risico dat met zich meebrengt?". "Natuurlijk besef ik dat", antwoordde ik, "maar het is onze wens!". Ik ademde opgelucht toen ze zei dat ze het dossier van Emanuel zou gereedmaken en dat alles zeker zou goedkomen. Daarna sprak ik met de psycholoog van het kindertehuis, die me in het kort het verleden van Emanuel vertelde. Hij was vanaf zijn vierde jaar in het tehuis, nadat zijn oma was overleden. Zijn moeder was een ontwikkelde vrouw geweest, maar was door een gebeurtenis krankzinnig geworden. Er was geen hoop op genezing. In haar krankzinnigheid, nam ze Emanuel en sneed hem met een mes, bond hem op bed of stak het huis in brand.

Een week later kreeg ik toestemming om Emanuel mee te nemen. Na de middag ging ik naar het kindertehuis voor een korte visite, om te wennen. Ik sprak met de begeleider en  liet haar de toestemmingsverklaring zien. Weer zag ik een verbluft figuur, nu met het volgende commentaar erbij: "Juist deze heeft u gevonden om mee te nemen? Dat is een draak, geen kind!". "Ja, juist deze… En ik heb geen draak gezien, maar juist een kind. Ik zie een jongetje…Nogal brutaal, nogal buitengewoon, maar ik geloof dat het alles bij elkaar SLECHTS een jongen is…".

Ik riep Emanuel vanaf het voedbalterrein. Het was een mooie dag in november. Het leek of ook de natuur met mij blij was, of misschien met het kind!!!. De bomen waren versierd met herfstbladeren, de zon lachte vrolijk en zelfs een aangenaam windje streek langs m’n wangen. Hij kwam op een holletje naar me toe. Vol stof en met hetzelfde kapotte trainingspak. Hij stopte voor m’n neus en keek me vragend aan: "U had me geroepen?". Terwijl hij sprak, friemelde hij aandoenlijk met z’n vingers. "Ja. Wil je een eindje met mij wandelen?". "Ja!!!" Zelfs ik had niet gedacht dat ik zo rap een antwoord zou krijgen. Ik nam hem bij de hand zonder hem aan te kijken. Van emoties voelde ik mijn tranen komen. We wandelden door de stad. Ik nam hem mee naar een koffieshop en daarna gingen we naar huis. Al die tijd hield ik zijn hand vast. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe hij van tijd tot tijd naar mij opkeek. Ik voelde dat het een blik vol met vragen was en dat hij verward was, alsof hij niet kon geloven dat het echt waar was wat hem overkwam.

Ik nam hem mee naar huis en hield zijn reactie in de gaten. Hij ging op het hoekje van de bank zitten, alsof hij bang was dat hij anders teveel plaats zou innemen. Mijn hondjes (want die heb ik ook nog in huis) sprongen op hem, opgetogen dat ze met iemand konden spelen. Zij hebben hem geholpen om zijn verlegenheid te overwinnen. Het duurde niet lang of hij begon met ze te spelen…Van tijd tot tijd sprong ook de poes, met haar pluimstaart omhoog, op ze af. Ze zat op de grond naar ze te loeren en raasde vervolgens op hen af, om daarna meteen naar een andere hoek van de kamer te vluchtten. Emanuel barstte in lachen uit. Het was deze keer geen geforceerde lach, maar echt de lach van een kind. Hij maakte meteen al vrienden met de dieren in huis. Mijn man glimlachte vanonder zijn snor, ervan genietend dat hij zich al zo snel op z’n gemak voelde. Met Marian hoefde hij geen kennis te maken, want die kende hij al. Marian ging namelijk met een groep jongeren van de kerk naar het kindertehuis, om de kinderen een beetje aandacht en vooral affectie te geven. Marian ging ongeveer één keer in de week en elke keer vertelde hij me over de kinderen. Dus ook over Emanuel, dat hij een van de meest buitengewone kinderen was, dat hij brulde op de gangen, zolang zijn mond dat volhield en zelfs de kleinere kinderen sloeg. Ik besefte, dat de begeleiding van Emanuel niet gemakkelijk zou worden, maar ik peinsde er niet over om er vanaf te zien…

De maand november ging voorbij en hij was niet meer bij ons thuis geweest. Ik liet me in beslag nemen door al de problemen die opgelost moesten worden…Juist voor de wintervakantie maakte ik weer een schokkende scène mee. Deze keer werkte hij op de zenuwen van de godsdienstleraar. Deze was ‘moe’ (van de drank, aan zijn adem te ruiken). Hij paste dezelfde hardhandige methode toe als de vorige leerkracht. Het toppunt was dat de leerkracht Religie een leerling van mij was geweest…Deze keer zat Emanuel ineengedoken in de hoek, met zijn handen op zijn hoofd, tevergeefs proberend om onder de hagelbui van slagen, die op hem neerkwam, uit te komen.

Met een kloppend hart dichterbij kwam ik dichterbij. Ik kon ook boos zijn op kinderen, ze kunnen me zelfs irriteren, maar ik kon me niet voorstellen dat een volwassene zijn zenuwen zo jammerlijk op een kind kan botvieren. Ik zei niets en gaf de leerkracht alleen maar een teken om naar de hal te komen. Daar bleef hij razen dat hij het niet meer kon opbrengen, dat Emanuel buitengewoon brutaal was, dat hij je ogen kon uitkrabben. Ik luisterde naar de man, daarna maakte ik hem duidelijk om te zwijgen: "Luister nu goed naar mij! Als jij of de leerkracht van Gezondheidsonderwijs nog een keer mijn kinderen aanraakt, zal het jullie berouwen. De hele klas is er getuige van hoe jullie Emanuel hebben behandeld. Maar jij, als leerkracht van religie, had de liefde van God moeten doorgeven en niet dronken of stinkend naar drank en sigaren in de klas mogen komen.". De leerkracht antwoordde: "Wat?! Dat je Emanuel in je armen houdt, daarom is hij zo brutaal! Wat denkt hij wel, dat als u hem in huis haalt, dat hij kan doen wat hij wil?!". Ik zei: "Ik weet niet wat hij denkt, maar ik weet wel wat ik zojuist gezien heb en waar ik jou van kan beschuldigen. Maar ik vergeef het je…ik geef je nog een kans!".

In de wintervakantie nam ik Emanuel weer bij ons in huis. Ik denk dat ik nog meer emoties had dan hij. Ik was bang dat het me niet zou lukken, maar die angst was onnodig. Emanuel liet zich als een heel gehoorzaam kind zien. Waar ik was, was hij. ’s Nachts moest ik vaak naar zijn kamer toe, omdat hij in zijn slaap schreeuwde. Hij had regelmatig nachtmerries. Als ik hem wilde troosten, was hij afhoudend en trok zich terug, want dat was hij niet gewend. Maar langzamerhand kwam hij uit zichzelf toch naar mij toe.

Ik begon ook aan zijn uitspraak te werken. Hij was al een grote jongen, dus moest hij leren om goed te spreken. En alsof het al niet genoeg was wat hij moest ondergaan, gebeurde er nog wat… Ik merkte, dat elke keer als hij wat wilde zien, hij het heel dicht bij zich haalde, met zijn hoofd een beetje gebogen. Ik nam hem mee naar een oogspecialist in de hoop dat deze een bril zou voorschrijven. Maar deze specialist ontdekte, dat er een kristalbreuk was, die geopereerd moest worden…Ik vertelde dit aan Emanuel en we kwamen overeen dat ik bij de operatie naast hem zou staan. Alleen wisten we nog niet wanneer het zou gebeuren…

Ter gelegenheid van de feestdagen waren we met de hele familie aan het winkelen: mijn man, Marian, Emanuel en ik. Hij was de hele tijd gehoorzaam en keek naar ons hoe we de een na de ander wat kochten. Toen ik een kledingstuk voor hem uitkoos, sprong hij op: "Voor mij??!!". Als ik hem thuis z’n gang had laten gaan, had hij zelfs nog met alle kleren die we hadden gekocht, in zijn armen geslapen!!

De dag voor kerst bracht ik hem terug naar het kindertehuis, zodat hij er zou zijn als de ‘kerstman’ kwam. Toen was ik verrast om te horen dat hij nog een zus had! Hij had me nooit wat gezegd, de leiding van het tehuis ook niet…Toen begon ik te denken: wat zou het meisje gevoeld hebben, toen haar broer wegging en zij niet?! Toen we bij het kindertehuis aankwamen, bleven ze allemaal verbaasd staan: Emanuel, in kostuum en met stropdas, het leek of het Emanuel niet was! Een van de grotere jongens riep uit: "Ik dacht dat het iemand uit een familie was, niet uit het kindertehuis! Ja, Emanuel, wat een geluk heb je!!". En opnieuw brak er wat binnenin mij: er waren zoveel behoeftige kinderen, maar ik kan ze niet allemaal helpen!!! Ik troostte me met de gedachte dat ik eerst mijn volledige aandacht aan Emanuel zou moeten geven. Daarna…

In een van de series uit de bijbel las ik Jesaja 7:14 “…En zij zal een zoon baren en Hem de naam geven Emanuel (God met ons)”. Emanuel bleef een poosje in gedachten, waarna hij fluisterde: "Wat een mooie naam heb ik! Dat betekent dat God van me houdt, nietwaar?". "




 

sluit

Stuur een email naar:

Een onverwachtte fout tread op. Sluit deze popep en probeer opnieuw
Er trad een databasefout op.
Naam:
Naam is verplicht
E-mail:
Email is verplicht
Ongeldige email
Onderwerp:
Onderwerp is verplicht
Bericht is verplicht
Type de volgende code over om je email te verzenden:
Code onleesbaar? klik hier
Code:
Code is verplicht
Ongeldige code
Contact
Stuur een email naar:
  • Connie
  • Dana
Rekeningnummers
Children's Relief NL93INGB0000003584 Pleegzorg Rupea
A.R. Timmer NL14RABO0113321023 Pleegzorg Rupea
Pleegzorg Rupea